Kevin heeft een nieuw lief en gaat voor het eerst bij zijn toekomstige schoonouders eten, een nogal bekakt stel.
Doodzenuwachtig is hij als hij wordt voorgesteld aan zijn toekomstige schoonvader en -moeder, en ook aan de hond des huizes, Blacky. Wanneer het viertal aan tafel gaat om te eten, merkt Kevin dat hij van de zenuwen enigszins winderig is geworden. Tijdens de amuse-gueules kan hij het nog inhouden, maar wanneer het voorgerecht op tafel komt, laat hij plots een klinkende scheet: "Phoaat!"

"Blacky!", roept de vader des huizes naar de hond, die onder tafel ligt, en Kevin slaakt in gedachten een zucht van verlichting: "Oef, ze denken dat de hond het gedaan heeft."
Het voorgerecht is net achter de rug als Kevin het opnieuw moeilijk krijgt. Ja hoor, daar lost hij andermaal een krachtige flatus: "Phoewaaaat!!" "Blacky!" roept de vader des huizes opnieuw, waarop Kevin zich in gedachten het zweet van het voorhoofd wist: "Fjoew, nog maar eens ontkomen."

Het hoofdgerecht komt op tafel, en in Kevins buik begint het ernstig te rommelen. "Oei", denkt Kevin, "nu is het menens!". Nog geen halve seconde later is het al zover: er ontsnapt hem een knallend en ratelend veestensalvo, zo luid dat hij er zelf versteld van staat. "Blacky", zegt de vader des huizes doodgemoederd, "Ga nu eens eindelijk onder die tafel uit, want seffes schijt die mens je helemaal onder".
Geef uw score: